Op zaterdag 22 en zondag 23 mei 2026 trokken een 18-tal enthousiaste vrijwilligers de akkers in voor het jaarlijkse akkervogeltelweekend Kiek’n Gors Westhoek georganiseerd door vzw Veldwerk in samenwerking met Werkgroep Grauwe gors. Onze missie: de vinger aan de pols houden van de kwetsbare akkervogels in de Westhoek en, wie weet, opnieuw een territorium van de grauwe gors opsporen.
Voor het vierde jaar op rij konden we rekenen op de gastvrijheid van Lut en Sancho in Reninge, waar de tellers op krachten konden komen en overnachten. Samen met ringmussen, boerenzwaluwen, torenvalken en zomertortels mochten we opnieuw te gast zijn op dit unieke erf, terwijl de omliggende broeken elk jaar weer voor opmerkelijke ornithologische verrassingen zorgen.

Het Kiek’n Gors weekend 2026 in de Westhoek kende een onverwacht spectaculaire start toen een vroege delegatie op vrijdagavond in de Reningse Broeken stootte op een unieke waarneming. Dankzij de aanwezigheid van verschillende ervaren waarnemers kon deze bijzondere observatie grondig worden gedocumenteerd. Meer kunnen we daar voorlopig nog niet over kwijt, maar de toon was gezet: het weekend kon al niet meer stuk voor de eerste officiële telling begon.

Dit jaar kende het weekend een primeur met een grensoverschrijdende samenwerking tussen Franse en Belgische akkervogelaars (met dank aan de samenwerking via het Interreg-project Clim@YserAa). Enkele gemengde Frans-Belgische teams trokken samen het veld in, wat zorgde voor een boeiende uitwisseling van telervaring en terreinkennis. Op zaterdagmorgen doorkruisten twee telploegen vanuit N-Frankrijk de grensstreek om vanuit Steenvoorde en Bailleul richting Westouter af te zakken. Bovendien nam een van deze teams de fiets om de grens over te steken en de punten te tellen— wat dan weer een sportieve primeur was voor het weekend.

Ondertussen gingen ook de andere telploegen de vele punten af in de grensstreek met als doel de toestand van de akkervogels op de telpunten in kaart te brengen. Focus lag hier vooral op de punten in de grensstreek en de clusters waar in het verleden al grauwe gors werd waargenomen. Tijdens deze tellingen botsten we opnieuw op een gekend, maar toch opvallend (toevallig?) grenseffect: de geelgors blijkt net over de Franse grens beduidend talrijker aanwezig, terwijl de soort aan de Vlaamse zijde veel schaarser was. Omgekeerd liet de ringmus het in Frankrijk volledig afweten, terwijl deze soort in de Vlaamse Westhoek wel nog op verschillende plekken wordt genoteerd.




Tijdens de middagpauze op zaterdagmiddag in Westouter - waar traiteurs Patrick en Mieke de tellers trakteerden op een welgekomen frisse salade tegen de lome hitte - konden de tellers na 5 uur tellen wat op adem komen met wat info over akkervogelinventarisaties in België en N-Frankrijk.

Lucas Bouin van de Franse partnerorganisatie GON (Groupe Ornithologique et Naturaliste du Nord) stelde de werking en het lopend onderzoek naar kiekendieven in het Noord-Franse studiegebied voor.
Voor Vlaamse kant kregen de vrijwilligers vanuit Vzw Veldwerk een update over de toekomstplannen en de projecten rond geelgors en grauwe gors in Vlaanderen en meer specifiek in de Westhoek, waar verschillende partners actief zijn rond deze soort (Natuurwerkgroep de Kerkuil, het Regionaal Landschap en de Provincie West-Vlaanderen).

Gedurende het hele voorjaar van 2026 is een vast team van tellers in de Westhoek op pad om zangposten van de Geelgors in kaart te brengen. Dankzij de vele extra 'ogen in het veld' tijdens het Kiek’n Gors weekend konden toch diverse nieuwe territoria ontdekt worden.
Tijdens een gerichte namiddagsessie rond Westouter trotseerden de tellers in vier teams de brandende zon om specifieke zangposten te analyseren. Dit leverde in de broeiende hitte waardevolle microhabitat-data op over hoe de territoria zijn ingedeeld en hoe het precieze landschapsgebruik in het studiegebied in elkaar zit. Een uitvoerige analyse van alle geelgorsterritoria volgt in het najaar.
Zaterdagavond werd de dag culinair afgesloten met een gesmaakte avondmaaltijd in samenwerking met Natuurwerkgroep De Kerkuil, waarna er in de schemering opnieuw koers werd gezet naar de broeken om niets van het schouwspel daar te missen.



Met nieuw-samengestelde teams op zondag werd gekozen om de opgestarte clusters verder af te werken, de resterende punten langs de grensstreek te bezoeken én de zones met het hoogste potentieel voor grauwe gors verder te onderzoeken. Minder kansrijke punten werden hierbij overgeslagen om de efficiëntie van de zoekinspanning te maximaliseren.
