In totaal werden tijdens het akkervogeltelweekend Kiek'n Gors Westhoek op maar liefst 135 telpunten alle vogels geteld. In onderstaande cijfers overlopen we enkele -losstaande- resultaten van dit specifieke telweekend. Via deze monitoring gaan we primair op zoek naar grauwe gors territoria. Een wat meer uitvoerige analyse is enkel mogelijk na een langere meetreeks
Enkele getallen van Kiek’n Gors 2026: 18 tellers zorgden voor 1.842 waarnemingen (!) op 2 voormiddagen met in totaal 3.309 getelde individuen over 93 vogelsoorten verspreid. Gemiddeld werden er per telpunt 10 tot 14 vogelsoorten genoteerd. Het landschap bepaalt de vastgestelde soorten, waardoor het vergelijken van telpunten niet evident is. Hoewel de telpunten zodanig werden uitgespreid dat we focussen op typische open landschap akkervogels (OLA’s), vinden we deze zuivere landschappen niet zo heel veel terug in de Westhoek.

Vergelijken we de aanwezigheid van enkel typische OLA’s (6 soorten: bruine en grauwe kiekendief, veldleeuwerik, gele kwikstaart, kievit, grauwe gors en kwartel) en het aantal KLA’s (Kleine en halfopen landschap akkervogels) (6 soorten: geelgors, ringmus, grasmus, kneu, patrijs, zomertortel), dan klokken we af op een gemiddelde van 1,5 OLA en 1 KLA per telpunt, en dat voor punten die in het meest open gebied van de Westhoek geplaatst zijn… Op een beperkt aantal punten werden meer soorten opgetekend tijdens de 10 minuten-telling; zoals aan een telpunt met 4 OLA's te Proven en een telpunt met 4 KLA's te Abele.
De landelijke Westhoek is op veel plaatsen versnipperd door wegen en hoeven, waardoor de getelde soorten gedomineerd worden door algemene cultuurvolgers en erfvogels zoals vink, winterkoning, huismus, merel, tjiftjaf en zwartkop. In de top 3 qua individuele aantallen stonden dan ook de zwarte kraai, houtduif en spreeuw. Een opmerkelijke erfvogel is de spotvogel: op 22 telpunten werd deze soort genoteerd.

De gele kwikstaart is nog aanwezig op bijna 60% van alle telpunten, wat onmiddellijk inhoudt dat de soort op 40% van de punten in open landschap níet kon worden opgetekend. Daarnaast fleurde de boerenzwaluw op iets meer dan de helft van de telpunten de tellingen op.


Waar men in dit type landschap historisch gezien moeiteloos 4 tot 5 uitbundig zingende veldleeuweriken per telpunt mocht verwachten, is het open veld in de Westhoek nu vaak opvallend stil. Er werden in totaal net geen 100 zangposten Veldleeuweriken geregistreerd, verspreid over 69 telpunten. Opvallend: op de helft van de locaties werd er geen enkele Veldleeuwerik gehoord of gezien. Waar kerngebieden elders in Vlaanderen nog uitschieters tonen van 5 zangposten per punt, is dat in de Westhoek al een tijdje verleden tijd. Het overgrote deel van de telpunten waar wel waarnemingen konden gebeuren van Veldleeuwerik, kon slechts 1 zangpost opgetekend worden. Op amper 6 van de 135 telpunten werden meer dan 2 individuen vastgesteld.

De ringmus heeft de afgelopen jaren dramatische klappen geïncasseerd in het Vlaamse binnenland, waar slechts geïsoleerde populaties standhouden. In de Westhoek houdt de soort relatief goed stand, maar ook hier luiden de alarmbellen. Ecologisch gezien heeft de ringmus een hoge turnover: de soort is erg afhankelijk van het broedsucces en de overleving van eerstejaarsvogels om de populatie te dragen. Eén of twee opeenvolgende slechte broedjaren (door bijvoorbeeld voedseltekort of sterfte bij de jongen) resulteren direct in een zware populatiekrimp.
Zoals verwacht kon tijdens de ringmus tijdens het weekend hier en daar opgetekend worden, hoewel de huidige telpunten zijn ontworpen voor vogels van het open veld en minder voor soorten van halfopen landschapselementen zoals heggen en erven waar de ringmus zich in het voorjaar ophoudt. Vzw Veldwerk pleit er alvast voor om deze soort in de toekomst actiever en gerichter te gaan monitoren op gekende locaties in de West-Vlaanderen. De ringmus lijkt in de Westhoek voorlopig nog betere kansen te hebben dan elders in Vlaanderen.

Het Kiek’n Gors weekend werd opgericht om specifiek territoria te zoeken van grauwe gors. Jammer genoeg is dit het tweede jaar op rij dat de soort tijdens het telweekend zelf niet opgemerkt kon worden. Er werd voorafgaand aan het weekend door Vzw Veldwerk hard prospectie gevoerd en interessante zones aangeduid. Zo kon half april een zangpost opgemerkt worden in Nieuwkerke, wat even later een gekoppeld mannetje bleek. Dwingende landbouwpraktijken zorgden ervoor dat dit koppel geen succes kon krijgen. Losse aanwijzingen van hun aanwezigheid blijven af en toe komen (zoals een recente waarneming in Zillebeke), maar voorlopig ontbreken bewijzen voor een territorium of broedgeval in 2026 in de Westhoek.





Na het wegvallen van de structurele overheidsfinanciering voor de MAS-tellingen is dit weekend een van de weinige burgerwetenschappelijke initiatieven waarmee we de vinger aan de pols kunnen houden voor de akkervogels. Het verderzetten van het weekend is alleen al daarvoor een absolute must. We hopen dat beleidsmakers kansen grijpen om het buitengebied gezond te houden en serieus werk te maken van de Europese Natuurherstelwet. Niet alleen voor de grauwe gors of de veldleeuwerik, maar voor een gezond platteland voor iedereen.
Zit de grauwe gors nog in de Westhoek? Na een intensieve prospectie in april en mei en na het Kiek’n Gors weekend lijkt de kans erg klein, maar ze is niet uitgesloten. We roepen dus graag op om de oren en ogen open te houden in het open landschap. Hopelijk merk je af en toe een gele kwikstaart op dit voorjaar, misschien een veldleeuwerik, en wie weet nog eens een grauwe gors in de Westhoek…

