Afgelopen weekend werd de elfde editie van Kiek ‘n Gors Leemstreek georganiseerd. Tijdens dit weekend werden álle grauwe gorzen in Vlaanderen geteld. Een monitoringactie door VZW Veldwerk en Werkgroep Grauwe Gors in samenwerking met vrijwilligers, met ondersteuning van ANB, in de Haspengouwse leemstreek.
Op elk van de 180 punten in landbouwgebied werd nagegaan welke vogels en zoogdieren aanwezig waren, met bijzondere aandacht voor soorten als grauwe gors, geelgors, veldleeuwerik en gele kwikstaart. Daarnaast werd er ook gespeurd naar kiekendieven die broedgedrag vertoonden.
De verzamelde gegevens geven een unieke momentopname van de populatie van de grauwe gors, en zijn van groot belang om de voortgang van deze soorten te kunnen opvolgen en de impact van natuur- en landbouwmaatregelen te kunnen evalueren. Voor de sterk bedreigde grauwe gors en kiekendieven wordt er, indien nodig, nog nazorg georganiseerd met onder andere nestbescherming.
Akkervogels behoren al enige tijd tot de snelst achteruitgaande soortgroepen in Europa. De intensivering van de landbouw, schaalvergroting en het verdwijnen van voedsel en veilige nestgelegenheid eisen hun tol. Het opvolgen en beschermen van deze soorten is daarom geen luxe, maar een noodzaak om hun uitsterven te voorkomen.
Monitoring maakt het mogelijk om populatietrends in kaart te brengen, de effectiviteit van landbouw- en agronatuurmaatregelen te beoordelen en soorten in de problemen of probleemsituaties tijdig te detecteren. Akkervogels fungeren daarbij als een waardemeter van het landbouwlandschap. Als “kanarie in de koolmijn”: wanneer hun populaties instorten, wijst dat op bredere problemen in het ecosysteem.
Bovendien krijgt monitoring een steeds belangrijkere rol binnen de Europese Natuurherstelwet, die lidstaten verplicht om natuurherstelmaatregelen op te volgen en hun effecten aantoonbaar te maken.

Eerste inzichten na tien jaar monitoring
Na tien jaar monitoring kunnen we al besluiten dat de puntentelling cruciaal is om de toestand van de ingestorte populatie grauwe gors in kaart te kunnen brengen.
Er is hoop dat in 2026 een lichte stijging in aantal broedkoppels grauwe gors is ten opzichte van 2025. Tijdens het afgelopen Kiek ‘n Gors weekend werden alvast meer dan 80 territoria gevonden. De balans van deze cijfers kan, met de nodige voorzichtigheid, pas in de zomer opgemaakt worden, na afloop van het broedseizoen. Ter vergelijking, in 2004 schatte de Atlas van de Vlaamse Broedvogels de populatie nog tussen de 580-1100 broedparen.
Opnieuw werd duidelijk hoe belangrijk gerichte opvolging is om veranderingen in populaties en hun leefgebied tijdig te detecteren en het effect van nest- en soortbescherming en beheermaatregelen te evalueren.
VZW Veldwerk, in samenwerking met Werkgroep Grauwe Gors, blijft vastberaden verder te werken in de voor grauwe gors meest noodzakelijke regio: de Haspengouwse leemstreek.
Alle resterende broedkoppels - de laatste jaren slechts een zestigtal - verblijven in deze waardevolle regio. Dankzij de jaarlijkse inzet van deze organisaties en vrijwilligers wordt cruciale kennis verzameld over de leefomgeving en de noden voor het voortbestaan van deze ernstig bedreigde akkervogel. Er volgt nog een intensieve, professionele opvolging en de nodige beschermingsacties bij broedgevallen in zowel reguliere landbouwpercelen als beheerovereenkomsten.
In 2023 kreeg de natuurlandbouwsector positief nieuws: het gestandaardiseerd telprotocol dat al op enkele locaties werd toegepast zou uitgebreid worden naar heel Vlaanderen. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) selecteerde meer dan 1.400 punten verspreid over Vlaanderen, gedoopt als het Meetnet Agrarische Soorten (MAS).
Het project werd onder luid gejuich onthaald door zowel experten, professionelen als vrijwilligers. Twee jaar lang werden dankzij het protocol over heel Vlaanderen gegevens verzameld over akkerfauna, vooral akkervogels, die tot die tijd onbekend waren. Deze gaven een inzicht in de toestand van de Vlaamse akkernatuur, en konden daarbovenop ook dienen als officiële rapportering voor de Europese natuurdoelstellingen.
Groot was dan ook de teleurstelling toen in 2026 werd besloten dat de financiering van het project werd stopgezet. Zonder professionele ondersteuning, coördinatie en dataverwerking vanuit INBO is het onhaalbaar om een dergelijk grootschalig meetnet operationeel te houden.
De akkervogels kunnen slechts als kanarie(s) in een koolmijn functioneren als die kanarie ook gemonitord wordt. Zonder monitoring ontbreekt de kennis die nodig is om gericht herstelbeleid uit te werken en de resultaten ervan te evalueren.
Als Vlaanderen zijn Europese verplichtingen ernstig neemt, en belangrijker nog, werk wil maken van een toekomstbestendig en gezond landbouwlandschap, is het dus van uitermate belang om vandaag nog te investeren in het monitoren en herstellen van het leefgebied van onze akkervogels.
VZW Veldwerk en vele vrijwilligers tonen alvast dat engagement en volharding een verschil kunnen maken voor een soort zoals de Grauwe Gors. Maar om de toekomst van al onze akkervogels veilig te stellen, is ook structurele ondersteuning nodig.